Alfabetisch lexicon

Achterterrein of grond: een terrein dat achter de kaai gelegen is.

ADR: ADR is de Franse afkorting voor Accord européen au transport international des marchandises Dangereuses par Route. Dit is de Europese overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

Afdak: open, gesloten of gedeeltelijk gesloten opslagloods die eigendom is van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en gelegen op een kaaizone.

Bilgewater: oliehoudend water uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpeik, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand.

Bunkeractiviteiten: Het voorzien van schepen van energiestoffen zoals stookolie en mazout

BT of bruto tonnenmaat: De nieuwe, uniforme manier van scheepsmeting (International Convention on the Tonnage Measurement of Ships 1969) werd een goedgekeurd op de Internationale Conventie inzake Scheepsmeting van 23 juni 1969 te Londen . De bruto tonnenmaat wordt berekend met een formule waarin is opgenomen het scheepsvolume onder het bovendek en de ingesloten ruimtes boven het bovendek. Het verkregen volume in m³ wordt vermenigvuldigd met een factor (een logaritme van de m³) waarna het gevonden getal onbenoemd is (d.w.z. geen ton of m³).

Capaciteit van de containerterminal: Aantal containers dat op de terminal per jaar kan worden behandeld. Degehanteerde eenheden zijn de TEU (de meest gebruikte eenheid), ton en aantal containers. De capaciteit isafhankelijk van technische factoren zoals de lengte van de kaaimuur, de diepte van het terrein en deverblijfsduur van de containers op de terminal.

Cargo: Schip bestemd voor goederenvervoer. In het Engels worden met deze term de goederen zelf aangeduid, zoals in "general cargo", waarmee stukgoederen worden bedoeld.

Cargogenererend vermogen: De ligging van de Antwerpse haven, onmiddellijke achterland en de producenten die in de directe omgeving van de haven zijn gesitueerd creëren extra goederenverkeer. De activiteiten van deze bedrijven hebben een positieve invloed op de havenwerking aangezien ze voor een belangrijke export van producten zorgen.

Concessionaris: de rechts- of natuurlijke persoon aan wie een concessie wordt toegewezen voor het ontwikkelen van activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks een havengebonden karakter hebben.

Concessietermijn: termijn waarin aan een concessionaris toelating wordt gegeven om een deel van het openbaar of privaat domein in het havengebied, dat in eigendom of beheer is van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, voor privatief gebruik aan te wenden.

Concessievergoeding: vergoeding die aangerekend wordt aan een concessionaris voor het privatief gebruik van een concessie.

Container: Genormaliseerde laadeenheid voor goederenvervoer, versterkt en stapelbaar, die horizontaal of verticaal kan worden overgeslagen. De afmetingen van containers zijn gestandaardiseerd: 20 of 40 voet is de meest voorkomende lengte. Volgens de International Standards Organisation (ISO) is een vrachtcontainer een transportmiddel dat als voornaamste functie heeft het vervoer van goederen volgens een of meerdere modi,
zonder tussentijds lossen en laden, te vergemakkelijken.

Conventioneel stukgoed: niet-gecontaineriseerd stukgoed


Deadweight tonnage (dwt): maximaal toegelaten lading van het schip, uitgedrukt in ton (goederen, passagiers en brandstof inbegrepen).

Diepgang: Verticale afstand op een schip tussen de waterlijn en de onderzijde van de kiel. Men onderscheidt in het algemeen twee diepteniveaus in zeehavens: het Panamax-type van 13,5 m en het capesize-type van 18 m.

Diepzee: wereldzee vanaf een diepte van 500-1000m.

Dok: in een haven aangelegd bekken dat tegen de getijden beschut is.

Domeinconcessie: een administratief contract waarbij het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen aan een rechts- of natuurlijke persoon toelating geeft om een deel van zijn openbaar of privaat domein voor privatief gebruik aan te wenden; de toelating is in essentie tijdelijk en veronderstelt de betaling van een vergoeding. (hierna genoemd concessie)

Duwbak: Een schip, dat is gebouwd of in het bijzonder geschikt is om te worden geduwd.

Europese banaan: Ideale zone die de grote distributiecentra in Europa bestrijkt. Deze "banaan" begint in het zuidoosten van Engeland en eindigt in het noordoosten van Spanje. Ze bestrijkt bijna de hele Benelux, het oosten van Frankrijk, het westen van Duitsland en het noorden van Italië.

Feedering: Feedering is het verschepen van (container)lading vanuit meerdere (kleinere) havens naar één (grotere) haven, waar de lading, voor transoceanisch vervoer, wordt overgeladen op een groter schip. Feedering omvat ook de omgekeerde beweging: (container)ladingen, afkomstig van een transoceanische lijn, worden verder vervoerd naar diverse kleinere havens.

Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen: eigenaar en/of beheerder van het openbaar en privaat domein in het havengebied van Antwerpen en verlener van concessies in dit havengebied.

Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan: getekend plan dat de bestemming van gronden en eigendommen vastlegt of/en dat de inplanting van de constructies in de verschillende kavels vaststelt (ordeningsplan). Op termijn komen dergelijke plannen in de plaats van de gewestplannen, algemene en bijzondere plannen van aanleg. Er komen ruimtelijke uitvoeringsplannen op gewestelijk (VLARUP), provinciaal (PRORUP) en gemeentelijk (GEMRUP) niveau.

Goederencategorieën: Stukgoederen of bulkgoederen. Bij de stukgoederen maakt men een onderscheid tussen containergoederen, roro en conventionele goederen. De bulkgoederen worden verdeeld in vloeibare en vaste bulk.

Hamburg - Le Havre range: Een reeks van negen Noord-Europese grote havens die hetzelfde hinterland bedienen. Deze range omvat de negen volgende havens (van noord naar zuid) : Hamburg en Bremen in Duitsland, Amsterdam en Rotterdam in Nederland, Antwerpen, Gent en Zeebrugge in België en Duinkerke en Le Havre in Frankrijk.

Havenafhankelijkheid: een gedeelte van het openbaar of privaat domein dat in concessie wordt verleend; dit kan een kaai, een afdak, een magazijn, een gebouw of een deel ervan of een achterterrein zijn.


Havengebied: elke zeehaven met aanhorigheden in het Vlaams Gewest die een ruimtelijk, economisch of functioneel geheel vormt. (Havendecreet van 2 maart 1999; art.1 °4)

Havengebied van Antwerpen: de havens en aanhorigheden gelegen op de rechter- en linkeroever van de Zeeschelde ter hoogte van het grondgebied van de stad Antwerpen, van de gemeente Beveren en van de gemeente Zwijndrecht. (Havendecreet van 2 maart 1999; art.1. °5)

Hub: Een HUB-haven = haven voor intercontinentale trafiek (Europa-US, Europa-Azië), met aansluitende trafiek binnen het continent (Europa)


IMDG-goederen: goederen die voorkomen in de “International Maritime Dangerous Goods”- Code = Internationale maritieme Code voor gevaarlijke goederen opgemaakt door de I.M.O. (= International Maritime Organisation – een onderdeel van de Verenigde Naties)

Intermediate Bulk Container (IBC): Een laadketel (of intermediate bulk container) dient aan de volgende definitie te voldoen:
Een houder bestemd voor zowel transport als opslag van vloeistoffen en vaste stoffen:
a. waarvan het reservoir in een speciaal daartoe geconstrueerde boxpallet is geplaatst waardoor
b. beschadiging bij normaal gebruik wordt voorkomen;
die zodanig gebouwd is dat behandeling met mechanische hulpmiddelen (kraan, heftruck) zonder
gevaar mogelijk is;
c. met een inhoud van ten hoogste 3 m3.

Intermodaal platform: Logistiek geïntegreerd platform dat twee of meer transportmodi gebruikt. Deze modi hebben gemeenschappelijke kenmerken op het gebied van goederenbehandeling, waardoor transfer van de vracht (of de passagiers) tussen deze modi mogelijk is dankzij dit platform, tijdens het traject tussen het vertrekpunt en de plaats van bestemming.

ISPS-code: De ‘International Ship and Port Facility Security Code’ (ISPS-code) werd op 1 juli 2004 van kracht. Deze code is een gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 en de aanval op de schepen “Limburg” en “USS Cole”.

Kaaizone:   (hiervoor en hierna genoemd kaai)
Een zone gelegen tussen het water en de eerste achter het water gelegen openbare weg.

Kustvaart (short sea shipping of SSS in het Engels): De verplaatsing over zee van lading tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen, waarvan de kustlijn langs de Europa begrenzende binnenzeeën loopt. Daarmee valt onder shortsea shipping ook het zeevervoer tussen de lidstaten van de Unie en Noorwegen en IJsland en andere aan de Oostzee, de Zwarte Zee en de Middellandse Zee grenzende staten.

‘landlord’-haven: Een landlord is iemand die over een aantal terreinen beschikt (bron van inkomsten) die hij in concessie kan geven. Hij is wel de beheerder van de gronden, maar oefent geen andere taken uit. Via adequaat concessiebeheer kan wel sturing gegeven wordt aan de haven. De superstructuur is in beheer van andere (privé) partijen.

Landschapsdijken: Dit is een brede begroeide dijk, 12 m hoog, opgebouwd uit ruimingsspecie.

LCL-haven (less than container load): Less than Container Load. Men spreekt van LCL wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container, ter vervoer aanneemt. De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen bundelen tot hij er één container kan mee vullen. Een ander woord voor LCL is ook groepage.

Logistiek centrum: Centrum dat zich belast met de organisatie van de goederen- en dienstenstromen alsook met de informatie die daarop betrekking heeft.


Maatschappelijke kosten-batenanalyse: In een maatschappelijke kosten-batenanalyse (voortaan MKBA) worden alle huidige en toekomstige voor– en nadelen (baten en kosten) die leden van de gemeenschap van een project of beleidsmaatregel ondervinden, tegen elkaar afgewogen door ze in geld uit te drukken.  De MKBA is een integraal afwegingsinstrument. Dit betekent dat in principe alle effecten van het project of de beleidsmaatregel die maatschappelijk van belang zijn, geëvalueerd worden. Dus niet
enkel de financiële effecten (geldelijke uitgaven en inkomsten), maar ook niet-financiële aspecten zoals milieu, veiligheid, werkgelegenheid, enz. Omdat alle effecten in geld uitgedrukt worden, laat de methode toe om ongelijksoortige effecten met elkaar te vergelijken en bij elkaar op te tellen.

Magazijn: open, gesloten of gedeeltelijk gesloten opslagloods die eigendom is van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en gelegen op een achterterrein.

Maritiem goederenverkeer: Totaal van de goederenoverslag (laden en lossen) in een haven gedurende een gegeven periode. Doorgaans worden zeehavens op basis van dit criterium gerangschikt.

Milieu Effect Rapport: Een milieueffectrapport (het MER) is een openbaar document, waarin van een voorgenomen activiteit en van redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten gevolgen voor het milieu in hun onderlinge samenhang op een systematische en zo objectief mogelijke wijze beschreven worden. Een MER is een informatief instrument en geen beslissingsinstrument.

Multimodaal: Onder multimodaal of gecombineerd vervoer wordt verstaan: “het gecombineerde vervoer van ge-unitiseerde vracht via meer dan één vervoersmodaliteit, waarbij de goederen zelf tijdens de overslag niet worden behandeld en waarbij het grootste deel van het traject wordt afgelegd per spoor, kust- of binnenvaart en waarbij het aanvullende voor- of natransport over de weg zo kort mogelijk is.”

Oosterweelverbinding: De Oosterweelverbinding verbindt linker- en rechterscheldeoever via de Lange Wapper-brug en een tunnel onder de Schelde. De nieuwe toltunnel zal de verkeersdruk in de Kennedytunnel sterk doen afnemen en de mobiliteit, ook voor vrachtwagens, gevoelig verbeteren.

Pre-delivery and Inspection (PDI): In PDI-centers (pre delivery and inspection) en VLC (Vehicle Logistics Centre) worden opties gemonteerd op voertuigen voor hun aflevering aan de verdelers.

Postponed Manufacturing: Ordergestuurde productie bestaat uit order-gestuurde productie-activiteiten zoals eindbewerking, eindassemblage, configuratie of verpakking naar de wens van de klant die, kort voor de distributie, nog worden toegevoegd aan het in lage-loonlanden vervaardigd product.


Quickscan mobiliteit: Dit is de studie die is uitgevoerd in het kader van de strategische planning voor de Antwerpse haven. Het doel van de studie was om na te gaan welke ontsluitingsnoden in de toekomst bestaan om de mobiliteit in het havengebied te blijven garanderen.

RMG-technologie: RMG is de afkorting van Rail Mounted Gantrie RMG-kranen worden ingezet, om containers te stapelen en vrachtwagens te lossen of te laden.
Shuttle carriers zorgen voor het transport tussen de wal en de stapelzone.

Roro of roll-on/roll-off: Horizontaal vervoer van rollend materieel dat in en uit het schip kan worden gereden. Te vergelijken met lolo (lift-on/lift-off) of verticale goederenbehandeling. Een deel van het roroverkeer is gecontaineriseerd en in dit verslag opgenomen in de goederencategorie roro.

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen: Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is een wetenschappelijk onderbouwde visie over hoe we in Vlaanderen met onze schaarse ruimte moeten omgaan om een zo groot mogelijke ruimtelijke kwaliteit te krijgen. Het is sinds 1997 van kracht als kader voor het ruimtelijk beleid en loopt tot 2007. Tegen dan moet een nieuw structuurplan de taak overnemen voor de periode tot 2017.

Shortsea Shipping: De verplaatsing over zee van lading tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen, waarvan de kustlijn langs de Europa begrenzende binnenzeeën loopt. Daarmee valt onder shortsea shipping ook het zeevervoer tussen de lidstaten van de Unie en Noorwegen en IJsland en andere aan de Oostzee, de Zwarte Zee en de Middellandse Zee grenzende staten.

Straddle Carrier: Een straddle carrier is een heftoestel waarmee containers worden gelost van of geladen op een oplegger. Het toestel rijdt over de oplegger heen en tilt de container verticaal op.

Strategische planning: Strategische planning is een continu en systematisch proces waarbij de organisatie: keuzes maakt over de toekomstige prioriteiten van een organisatie; de werkwijzen en procedures aangeeft om deze prioriteiten te realiseren; preciseert hoe succes gemeten wordt.

Tracking/tracing: Monitoringsysteem om de herkomst (tracing) en bestemming (tracking) van de goederen te volgen

Transhipment: De overslag van zeeschepen naar zeeschepen

Trans-Europese Netwerken (TEN): Met Trans-Europese Netwerken wordt de infrastructuur bedoeld die over de landelijke grenzen heen gaat. Uit het budget van voor de TEN's wordt bijvoorbeeld de Betuwelijn mede gefinancierd.

Terminal: Deel van de haven met een of meerdere kades die bestemd zijn voor overslag van een specifieke soort lading. Voorbeelden: containerterminal, roroterminal, fruitterminal, bulkterminal,…

TEU of "Twenty-foot Equivalent Unit": Eenheid voor het meten van de capaciteit van een containerschip of containerterminal. Ook de eenheid die in de statistieken gebruikt wordt om de containeroverslag in een haven te meten. De containers zijn meestal 20 of 40 voet lang. 1 TEU stemt overeen met een lading van een container van 20 voet. Men neemt aan dat een TEU gemiddeld ongeveer 11 ton vracht vertegenwoordigt.

Vaste bulk: vaste goederen die in bulk worden vervoerd zoals ertsen, steenkool en graangewassen.

Vloeibare bulk: vloeibare goederen, voornamelijk petroleum en petroleumderivaten.

Zeehaven: Natuurlijke of kunstmatige plaats aan zee of in de nabijheid van de zee waar schepen kunnen aanleggen en beschutting krijgen en die zo is ingericht dat ze er vracht kunnen lossen en laden. In ruime zin,  een haven toegankelijk voor zeeschepen met een grotere tonnenmaat.


©2008Haven van Antwerpen